EUROPESE BEGROTING
De EU-begroting voor 2010 bedraagt 141 miljard euro. De begroting wordt betaald met 'eigen inkomsten' en 'bijdragen van EU-lidstaten'.
- De eigen bijdragen dekken 24 procent van de begroting. Zij bestaan voor 12 procent uit douanerechten en suikerheffingen, voor 11 procent uit een BTW percentage en voor 1 procent van belasting voor Europese ambtenaren en boetes in het kader van het mededingingsbeleid. De BTW afdracht is dus eigenlijk al de kiem van een indirecte Europese belasting waarvan de EU mogelijk het tarief verhoogt.
- De EU-begroting wordt voor 76 procent gevoed door afdrachten van EU-lidstaten waarbij Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Oostenrijk en zelfs België voorbeelden zijn van netto betalende landen. De onderhandelingen tussen de lidstaten over de zevenjarige Europese begrotingsperiode zijn altijd intens. Het voordeel is dat de EU-begroting daardoor in ieder geval beperkter blijft dan bij de invoering van een Europees belastingsniveau waarbij de geldkraan direct in de handen van Brussel komt.
Uitvoering van de Europese Begroting.
De Europese Unie zegt altijd meer geld nodig te hebben, maar in werkelijkheid kan zij de bestaande bedragen niet uitgeven.
In de begroting 2010 gaat 49,4 miljard euro naar drie grote fondsen: Europees Sociaal Fonds, Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds, terwijl 43,8 miljard euro naar de landbouwsector gaat. Vervolgens wordt 7,5 miljard euro besteed aan het Zevende Kaderprogramma Onderzoek & Ontwikkeling en gaat 8,1 miljard naar Europa als 'globale speler'.
Bij de bestedingen van de structuurfondsen (Europees Sociaal Fonds en Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) gaf de EU in 2000 78 procent van het voorziene bedrag uit. In 2001 was dat 68 procent en in 2002 74 procent. De EU kreeg het geld niet op!
Daarop begon de EU met 'wegboekingen' om de bestedingsgraad van de diverse posten op te krikken. In de begroting 2008 claimt de Europese Commissie bij het Europees Sociaal Fonds een bestedingsgraad van 97 procent, terwijl een deel van het totaalbedrag tijdens het begrotingsjaar werd weg geboekt. De werkelijke besteding was niet 97 procent, maar lag eerder bij 80 procent.
Dezelfde truc werd toegepast bij het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds. Bij dat laatste fonds boekte de Europese Commissie in 2008 een heel bedrag weg (1,4 miljard op een totaalbedrag van 6,7 miljard), maar zij stelt de bestedingsgraad van het Cohesiefonds toch op 100 procent!
Op de schriftelijke vraag 2560/10 over de reden en aard van de wegboekingen antwoordt de Commissie dat 'de betalingen onder het niveau van de begroting bleken te liggen'. De in totaal overgebleven 4,5 miljard euro ging terug naar de lidstaten 'door ze in mindering te brengen op hun financiële afdrachten' aan de EU.
De Europese Commissie en het Europees Parlement vinden een EU-begroting van 1 procent van het Europees BNI 'absoluut onvoldoende', maar de EU is in de periode 2007-2013 niet in staat om de volle 1 procent te besteden. Waarom zou zij dan meer geld nodig hebben in de periode 2013-2020?
De EU kan het geld niet op: er is geen noodzaak voor een hogere EU begroting en geen enkele reden voor Europese belastingen.
